Het was maar een druilerig weertje gisteren en bovendien zondag ook, dus ik had geen zin om nog ergens een winkeltje te gaan zoeken dat open was. Dan maar kijken wat de diepvries/voorraadkasten te bieden hebben. Ik had zin in iets gezelligs wat niet te veel werk is. Ik vond nog enkele chipolataworstjes in de diepvriezer en had zin in polenta, dus werd het polenta met worst en tomatensaus. Ik had nog een bokaaltje zelfgemaakte tomatensaus staan, dus dat maakte het extra makkelijk. Bovendien moest ik ook nog af van een halve zak verse spinazie in de koelkast.
Voor 2 personen:
150 g snelkookpolenta
600 ml vlees- of groentenbouillon
1 bokaal tomatensaus
3 of 4 chipolataworstjes
halve zak verse jonge spinazie
geraspte parmezaan of pecorino
Snij de worstjes in stukjes en bak ze gaar in wat boter.
Warm ondertussen de tomatensaus op.
Stoof de spinazieblaadjes in kleine porties en breng op smaak met peper en zout.
Breng de bouillon aan de kook.
Kook de polenta 1 minuut onder stevig roeren totdat je een mooie pap krijgt.
Meng de tomatensaus met de worstjes en de gestoofde spinazie.
Serveer de polenta met wat worst-spinazie-tomatensaus en bestrooi met versgeraspte parmezaan of pecorino.
PS: Als je de hoeveelheden halveert kan je dit gerechtje ook perfect voor 1 persoon maken.
maandag 30 augustus 2010
donderdag 19 augustus 2010
Omelet met tomaat en feta
Eieren, daar hou ik echt van. Ik zou het echt alle dagen kunnen eten. Soms zijn er ook periodes waarin we dat doen vrees ik. Of het nou goed of slecht is voor de cholesterol (je hoort vanalles tegenwoordig) weet ik niet, maar lekker is het zeker! We hebben echt altijd eieren in huis, lekker verse bio-scharreleitjes van de kippetjes van mijn schoonouders. Regelmatig komt er hier dus ook een omelet op tafel. Gewoon omdat het zo ontzettend makkelijk is om restjes op te werken. Vanmiddag maakte ik een een omelet die zo goed was, dat ze een plaatsje op de blog verdient. Heel eenvoudig, met tomaat en feta. Feta is trouwens superlekker warm, dan wordt het veel zachter van smaak.
Voor 2 personen
1 tomaat, in schijfjes
4 eieren, geklopt
enkele plakjes feta
peper, zout en kruiden naar smaak
2 lente-uitjes, in ringetjes
Bak de tomaten in wat bakboter of olijfolie.
Giet de geklopte eieren erop.
Leg de plakjes feta erop.
Bestrooi met peper, zout en kruiden naar keuze.
Laat bakken tot het ei gestold is.
Garneer met de lente-uitjes.
Serveer met brood.
Voor 2 personen
1 tomaat, in schijfjes
4 eieren, geklopt
enkele plakjes feta
peper, zout en kruiden naar smaak
2 lente-uitjes, in ringetjes
Bak de tomaten in wat bakboter of olijfolie.
Giet de geklopte eieren erop.
Leg de plakjes feta erop.
Bestrooi met peper, zout en kruiden naar keuze.
Laat bakken tot het ei gestold is.
Garneer met de lente-uitjes.
Serveer met brood.
Rucolastamppot met worst
Stamppot (of stoemp zoals we hier zeggen), eigenlijk niet echt iets voor mij. In de winter maak ik het wel eens, maar altijd met wortel of prei. Tot mijn vriend (jaja, echtgenoot eigenlijk, maar dat klinkt zo oud) dit receptje tegen kwam in het Delicious magazine van juli. Slastamppot heette het, normaal met little gems en rucola, maar bij gebrek aan de gems heb ik het enkel met rucola gemaakt. Door de sla wordt de stamppot lekker fris, ideaal voor op een frisse zomeravond (of is het al herfst? het lijkt wel zo...).
Voor 2 personen
500 g kruimige aardappelen
50 gerookte spekblokjes
olijfolie
1 kleine ui, fijngesneden
50 g rucola
3 of 4 chipolataworstjes
25 g boter
65 ml melk, verwarmd (ik zette ze 30 seconden in de microgolfoven)
Kook de aardappels gaar in 25 minuten.
Bak ondertussen de spekjes in een klein beetje olie op halfhoog vuur tot ze knapperig zijn.
Draai het vuur lager, voeg de ui toe en bak ze zachtjes mee.
Verwarm de grillpan voor, bestrijk de worst met wat olie en bak ze rondom bruin.
Giet de aardappelen af, laat ze even droogstomen op het vuur en ze stamp ze.
Voeg de spek en de ui met het bakvet, de boter en de warme melk toe en schep goed door elkaar.
Breng op smaak met peper en zout.
Serveer met de worst.
Voor 2 personen
500 g kruimige aardappelen
50 gerookte spekblokjes
olijfolie
1 kleine ui, fijngesneden
50 g rucola
3 of 4 chipolataworstjes
25 g boter
65 ml melk, verwarmd (ik zette ze 30 seconden in de microgolfoven)
Kook de aardappels gaar in 25 minuten.
Bak ondertussen de spekjes in een klein beetje olie op halfhoog vuur tot ze knapperig zijn.
Draai het vuur lager, voeg de ui toe en bak ze zachtjes mee.
Verwarm de grillpan voor, bestrijk de worst met wat olie en bak ze rondom bruin.
Giet de aardappelen af, laat ze even droogstomen op het vuur en ze stamp ze.
Voeg de spek en de ui met het bakvet, de boter en de warme melk toe en schep goed door elkaar.
Breng op smaak met peper en zout.
Serveer met de worst.
Glutenvrij bakboek

Een hele tijd geleden kreeg ik van mijn schoonouders het Glutenvrij bakboek van Louise Blair, uitgegeven bij Veltman Uitgevers. Het was er eigenlijk nog nooit van gekomen om er iets uit te maken omdat je voor de recepten vaak speciale ingrediënten nodig hebt (rijstmeel, xanthaangom, maïsmeel, ...). Dingen die ik tot hiertoe nooit in huis had. Onlangs had ik me eindelijk eens een zakje rijstmeel aangeschaft, dus kon ik aan de slag. De recepten zijn heel eenvoudig en de twee dingen die ik uitgetest hebt, waren zeer geslaagd! Het boek is dus zeker een aanrader, maar je kan ook gewoon de receptjes hieronder eens uitproberen. Rijstmeel is trouwens een goede tarwemeelvervanger heb ik gemerkt, je moet er alleen voor zorgen dat je iets in je deeg doet waardoor het niet te droog wordt (fruit ofzo). Hier volgen de uitgeteste receptjes.
Bananen-toffeecakejes
voor 8 muffins
200 g volkoren rijstmeel (ik gebruikte gewoon wit rijstmeel)
75 g zachte boter (ik gebruikte gesmolten boter)
75 g lichte basterdsuiker (ik gebruikte Candarel, wel maar een tiende van het gewicht gebruiken dan, in volume is het hetzelfde)
2 tl glutenvrij bakpoeder
1 grote banaan, geprakt
2 eieren
6 glutenvrije toffees, gehakt (ik hakte ze in een blender)
1 el bruine suiker
Doe alle ingrediënten behalve de toffees en de garnering in een grote kom en meng tot een glad beslag (ik deed dit met een elektrische klopper).
Roer de stukjes toffee erdoor.
Zet papieren vormpjes in een muffinblik.
Schep het beslag in de papieren vormpjes, strooi er een beetje bruine suiker over en bak de muffins 20 à 25 minuten in een voorverwarmde oven op 200°.
Haal ze uit de oven en laat ze afkoelen op een rooster.
Bosbessen-appeltaart
Voor 6 personen
1 appel, in plakjes
125 g zachte boter (ik gebruikte gesmolten boter)
125 g fijne suiker (ik gebruikte 12,5 g Candarel)
125 g rijstmeel
1/2 el glutenvrij bakpoeder
2 eieren
100 g bosbessen
Bekleed een springvorm met bakpapier en vet de randen in.
Verdeel de schijfjes appel over de bodem.
Doe de boter, suiker, het meel, bakpoeder en de eieren in een kom en meng alles goed (ik gebruikte een elektrische klopper).
Meng de bosbessen onder het beslag, ze mogen een beetje gekneusd worden.
Schep het beslag op de appels.
Bak de taart 25 à 30 minuten in een voorverwarmde oven op 200°.
Laat de taart 10 minuten afkoelen in de springvorm, keer hem om en laat de taart met de appels aan de bovenkant op een rooster afkoelen.
Serveer eventueel met wat verse slagroom.
woensdag 18 augustus 2010
Melanzane alla Parmigiana
Vroeger stond hier een recept dat ik op internet gevonden heb, maar ondertussen heb ik er mijn eigen draai aan gegeven. Hieronder dus mijn eigen recept van deze heerlijke vegetarische aubergineschotel.
Dit heb je nodig voor 2 à 3 personen:
2 aubergines
olijfolie
peper en zout
1 eetlepel knoflookolie
1 kleine ui
1 blik tomatenblokjes
peper en zout
verse kruiden naar keuze (oregano, tijm, rozemarijn, basilicum, ...)
vers geraspte parmezaan
2 bolletjes buffelmozzarella
enkele blaadjes basilicum
Verhit een grillpan op hoog vuur.
Snij de aubergine overlangs in plakken van een halve cm.
Bestrijk deze lichtjes met olijfolie, kruid ze met peper en zout en grill ze gaar.
Snipper de ui.
Verwarm de knoflookolie in een steelpannetje en fruit de ui tot ze zacht is.
Voeg de tomatenblokjes en de kruiden toe (basilicum doe je best op het einde erbij).
Laat een kwartiertje pruttelen en breng op smaak met peper en zout.
Mix de saus glad.
Warm de oven voor op 200°C.
Vet een ovenschaal in met olijfolie.
Leg er een laag aubergines op.
Bestrijk de aubergines met de tomatensaus.
Leg er enkele plakjes mozzarella op en bestrooi royaal met parmezaan.
Leg er opnieuw een laag aubergines op en herhaal de voorgaande stappen tot alles op is, eindig met mozzarella en parmezaan.
Leg er enkele blaadjes basilicum op.
Zet de schaal 15 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Zet op het einde eventueel nog even de grill op om een lekker kaaskorste te maken.
Serveer met wat pasta burro e salvia (boter en salie) en een frisse salade.
Dit heb je nodig voor 2 à 3 personen:
2 aubergines
olijfolie
peper en zout
1 eetlepel knoflookolie
1 kleine ui
1 blik tomatenblokjes
peper en zout
verse kruiden naar keuze (oregano, tijm, rozemarijn, basilicum, ...)
vers geraspte parmezaan
2 bolletjes buffelmozzarella
enkele blaadjes basilicum
Verhit een grillpan op hoog vuur.
Snij de aubergine overlangs in plakken van een halve cm.
Bestrijk deze lichtjes met olijfolie, kruid ze met peper en zout en grill ze gaar.
Snipper de ui.
Verwarm de knoflookolie in een steelpannetje en fruit de ui tot ze zacht is.
Voeg de tomatenblokjes en de kruiden toe (basilicum doe je best op het einde erbij).
Laat een kwartiertje pruttelen en breng op smaak met peper en zout.
Mix de saus glad.
Warm de oven voor op 200°C.
Vet een ovenschaal in met olijfolie.
Leg er een laag aubergines op.
Bestrijk de aubergines met de tomatensaus.
Leg er enkele plakjes mozzarella op en bestrooi royaal met parmezaan.
Leg er opnieuw een laag aubergines op en herhaal de voorgaande stappen tot alles op is, eindig met mozzarella en parmezaan.
Leg er enkele blaadjes basilicum op.
Zet de schaal 15 minuten in een op 200°C voorverwarmde oven.
Zet op het einde eventueel nog even de grill op om een lekker kaaskorste te maken.
Serveer met wat pasta burro e salvia (boter en salie) en een frisse salade.
vrijdag 13 augustus 2010
Fiesta Europa

Gisteren toevallig op de website van de stad Gent ontdekt dat het Europese Markt is op de Kouter! Ik werk letterlijk naast de Kouter, dus moest zeker eens een kijkje gaan nemen. Zo gezellig dat het er was! Allerlei marktkramen met lekkers vanuit heel Europa. Fantastische worstenkramen, heerlijke kazen, ovenvers brood, bergen pruimen en kersen, massa's olijven en natuurlijk ook de nodige biertjes en cocktails. Ik kon dus niet anders dan me even te laten gaan op al dat lekkers en ben naar huis gegaan met een groot stuk oude Italiaanse Pecorino, 1 kleine Italiaanse saucisse, 1 grote Franse saucisse, 2 kg pruimen, 4 ovenverse glutenvrije kokosmacarons en een pak Italiaanse Mortadella.
Van de pruimen heb ik meteen pruimencompôte gemaakt. Ik had het nog nooit zelf gemaakt, dus heb maar wat bij elkaar gegooid tot ik het goed vond. Hier mijn recept:
2 kg rijpe pruimen
5 el Candarel (of gewone suiker natuurlijk)
1 zakje vanillesuiker
1/2 tl kaneelpoeder
2 steranijsjes
Was de pruimen, snij ze doormidden, haal de pitjes eruit en snij de vruchten in stukjes.
Doe de pruimen in een pot en doe de Candarel, de vanillesuiker, de kaneel en de steranijs erbij.
Laat een half uurtje pruttelen.
Ik heb het gisteren gegeten met worst en gekookte aardappeltjes, maar het is ook superlekker met gehaktballetjes of vleesbrood, of als dessert met yoghurt, platte kaas of ijs.
update 7 september 2010: Ik heb gisteren een portie van de pruimencompote uit de diepvries gegeten en heb er toch nog wat Candarel bij gedaan omdat het nog iets te zuur was. Verder was de compote ook redelijk vloeibaar, dus heb ik het wat gebonden met puddingpoeder (een trucje van mijn moeder dat ook perfect werkt bij krieken bijvoorbeeld). Dus als je de compote wat te lopend vindt, los je wat puddingpoeder op in een bodempje koud water en doe je dat bij je compote als die kookt.
woensdag 11 augustus 2010
Tomatensaus
Normaal gezien maak ik tomatensaus altijd met tomaten uit blik. Een uitje en een teentje look stoven, blik tomaten en kruiden erbij en lekker laten pruttelen. Makkelijk en lekker, maar na een tijdje raak je die typische tomaten-uit-blik-smaak toch een beetje beu. Zo kwam ik op het idee om eens een grote hoeveelheid verse tomatensaus te maken en in te vriezen voor tijden wanneer de tomaten minder smakelijk zijn of wanneer ik gewoon niet zoveel zin heb om te koken. Op internet las ik dat je tomatensaus ook gewoon in bokalen kan bewaren. Op voorwaarde dat je de saus kokend heet in de bokaal giet en die meteen goed afsluit. Omdat ik niet weet wat nu het beste resultaat oplevert, heb ik beiden geprobeerd: invriezen en in bokalen. We zien wel wat het wordt.
Ik heb niet echt bijgehouden hoeveel ik nu van wat in de saus gedaan heb, tomatensaus moet je een beetje op het gevoel maken. Het recept hieronder is dus maar ongeveer, varieer gerust met andere kruiden en hoeveelheden!
Voor een soepketel saus:
4 uien
4 tenen look
3,5 kg rijpe tomaten
1 el zout
1/2 el peper
2 gedroogde laurierblaadjes
1 el oregano
1/2 el tijm
2 takken verse basilicum
Om de tomaten, de uien en de lookteentjes makkelijker te kunnen pellen, leg je ze best even in kokend water. Het vel van de tomaten kan je even insnijden, dan gaat het nog makkelijker.
Pel de tomaten en snij ze in stukjes.
Snipper de ui en pers de knoflook.
Neem een grote soepketel en fruit hierin de ui en de knoflook in een goede scheut olijfolie.
Voeg de tomaten, zout, peper en de gedroogde kruiden toe en laat zeker een uur pruttelen. Hoe langer de saus inkookt, hoe sterker de smaak wordt.
Voeg op het einde de blaadjes basilicum toe, haal de blaadjes laurier eruit en mix de saus.
Laat de saus nog even doorkoken en giet dan in bokalen of diepvriesdozen.
Je kan deze saus als basis voor je spaghettisaus gebruiken. Enkele variaties:
- een blikje tonijn
- enkele ansjovisfiletjes en wat kappertjes (zie bericht over pizzaiolasaus)
- olijven
- stukjes gestoofde courgette, wortel, paprika en champignons
- gehakt
- geweekte gedroogde paddestoelen
Ook lekker is de saus voor bij de prinsessenboontjes gebruiken.
Ik heb niet echt bijgehouden hoeveel ik nu van wat in de saus gedaan heb, tomatensaus moet je een beetje op het gevoel maken. Het recept hieronder is dus maar ongeveer, varieer gerust met andere kruiden en hoeveelheden!
Voor een soepketel saus:
4 uien
4 tenen look
3,5 kg rijpe tomaten
1 el zout
1/2 el peper
2 gedroogde laurierblaadjes
1 el oregano
1/2 el tijm
2 takken verse basilicum
Om de tomaten, de uien en de lookteentjes makkelijker te kunnen pellen, leg je ze best even in kokend water. Het vel van de tomaten kan je even insnijden, dan gaat het nog makkelijker.
Pel de tomaten en snij ze in stukjes.
Snipper de ui en pers de knoflook.
Neem een grote soepketel en fruit hierin de ui en de knoflook in een goede scheut olijfolie.
Voeg de tomaten, zout, peper en de gedroogde kruiden toe en laat zeker een uur pruttelen. Hoe langer de saus inkookt, hoe sterker de smaak wordt.
Voeg op het einde de blaadjes basilicum toe, haal de blaadjes laurier eruit en mix de saus.
Laat de saus nog even doorkoken en giet dan in bokalen of diepvriesdozen.
Je kan deze saus als basis voor je spaghettisaus gebruiken. Enkele variaties:
- een blikje tonijn
- enkele ansjovisfiletjes en wat kappertjes (zie bericht over pizzaiolasaus)
- olijven
- stukjes gestoofde courgette, wortel, paprika en champignons
- gehakt
- geweekte gedroogde paddestoelen
Ook lekker is de saus voor bij de prinsessenboontjes gebruiken.
maandag 9 augustus 2010
Pittige runderburgers
Ik ben een weekje alleen thuis, tijd om weer wat te experimenteren en nieuwe receptjes uit te proberen. Ik vind het nog steeds moeilijk om recepten te vinden die geschikt zijn voor één persoon (zie vorig blogbericht), maar de poging van vanavond was in ieder geval een voltreffer!
Het was niet alleen makkelijk voor één persoon te maken én snel klaar, het was ook het ideale moment om nog eens wat te doen met de pot currypasta die ik gekocht had om dit recept van op Excellent-eten te maken. Currypasta verwerken in hamburgers, dat ga ik zeker onthouden!
Het recept had ik gevonden in het Delicious magazine van juli. Ik geef jullie de aangepaste versie voor 1 persoon.
Ingrediënten voor 1 persoon:
150 g rundergehakt
1 afgestreken eetlepel currypasta (of iets minder als je het niet te sterk wilt)
1 el koriander, gehakt
peper en zout
1 el olijfolie, voor het bestrijken
1 sjalotje, in ringen
2 broodjes
ketchup
sla (ik gebruikte veldsla)
Meng het gehakt met de currypasta, de koriander en wat peper en zout.
Vorm er 2 burgers van.
Verwarm de grillpan, bestrijk de burgers met olijfolie en bak ze in 12-15 minuten gaar.
Snij de broodjes door, bestrijk licht met olijfolie en laat ze even meegrillen zodat ze lekker warm zijn.
Bestrijk de uiringen met olie en rooster ze 1 min aan elke kant zodat ze licht gekleurd zijn.
Leg op elk broodje wat sla, enkele uiringen en een burger.
Werk af met wat ketchup.
Ik heb er eens aan gedacht om een fotootje te maken, maar ik moet toegeven dat het niet zo goed gelukt is... Gelukkig was het smakelijker dan het er hier uitziet!
Het was niet alleen makkelijk voor één persoon te maken én snel klaar, het was ook het ideale moment om nog eens wat te doen met de pot currypasta die ik gekocht had om dit recept van op Excellent-eten te maken. Currypasta verwerken in hamburgers, dat ga ik zeker onthouden!
Het recept had ik gevonden in het Delicious magazine van juli. Ik geef jullie de aangepaste versie voor 1 persoon.
Ingrediënten voor 1 persoon:
150 g rundergehakt
1 afgestreken eetlepel currypasta (of iets minder als je het niet te sterk wilt)
1 el koriander, gehakt
peper en zout
1 el olijfolie, voor het bestrijken
1 sjalotje, in ringen
2 broodjes
ketchup
sla (ik gebruikte veldsla)
Meng het gehakt met de currypasta, de koriander en wat peper en zout.
Vorm er 2 burgers van.
Verwarm de grillpan, bestrijk de burgers met olijfolie en bak ze in 12-15 minuten gaar.
Snij de broodjes door, bestrijk licht met olijfolie en laat ze even meegrillen zodat ze lekker warm zijn.
Bestrijk de uiringen met olie en rooster ze 1 min aan elke kant zodat ze licht gekleurd zijn.
Leg op elk broodje wat sla, enkele uiringen en een burger.
Werk af met wat ketchup.
Ik heb er eens aan gedacht om een fotootje te maken, maar ik moet toegeven dat het niet zo goed gelukt is... Gelukkig was het smakelijker dan het er hier uitziet!
woensdag 4 augustus 2010
Peru!
Onze huwelijksreis naar Peru was werkelijk fantastisch! Echt een prachtig land, zeer vriendelijke mensen én lekker eten! We hadden een druk programma met achtereenvolgens Lima, Arequipa, de Colca Canyon, Puno, het Titicacameer, Cuzco, de Heilige Vallei en natuurlijk Machu Picchu. Peru is echt een land van uitersten, met een lange kuststrook, hoge bergen, woestijn, vruchtbare valleien, gigantische hoogvlaktes, meren en rivieren. Naast de overweldigende natuur vind je er ook de resten van de Incabeschaving en de kolonisatieperiode. Echt een droomreis!

Ook culinair is Peru de moeite waard. Ze hechten veel belang aan hun gastronomische cultuur en doen overal hun best om hun nationale gerechten zo goed mogelijk te bereiden. De topper van de Peruviaanse keuken vind ik de overheerlijke ceviche. Een gerecht op basis van rauwe vis gemarineerd in limoensap. Een gerecht dat ik zeker nog zal maken thuis! Traditioneel wordt het zoals op de foto geserveerd met zoete aardappelen en maïs, maar die zou ik zelf achterwege laten. Op de kookles van KokkerEllen hebben we eens onderstaande versie van ceviche gemaakt, werkelijk hemels!
Voor 6 personen als voorgerecht:
500 g zeeduivel
sap van 3 limoenen
1 rode chilipeper, ontpit en in dunne schijfjes
1 kleine rode ui, in dunne plakjes
1 doosje kerstomaten, gehalveerd
3 el olijfolie
2 el gehakte koriander
1 grote rijpe avocado
Snijd de zeeduivel in zo dun mogelijke plakjes en leg ze in een ondiepe schaal.
Giet het limoensap erover en zorg ervoor dat alle plakjes bedekt zijn.
Dek af met plasticfolie en zet 40 minuten in de koelkast zodat de vis kan garen door het zuur van de limoenen.
Haal de zeeduivel vlak voor het serveren uit het limoensap en doe de vis samen met de chilipeper, ui, tomaatjes, olijfolie, het grootste deel van de koriander en een beetje zout naar smaak in een kom.
Hussel alles goed door elkaar.
Snij de avocado doormidden en verwijder de pit.
Snij de helften in de schil in dunne plakjes en haal met een lepel de plakjes voorzichtig uit de schil.
Leg 3 ā 4 plakjes avocado waaiervormig aan de ene kant van een bord en schep een bergje ceviche aan de andere kant.
Bestrooi met de rest van de gehakte koriander en serveer meteen.

Naast van ceviche hebben we ook enkele keren genoten van lomo saltado. Dit is een vleesgerecht dat zowel met rundsvlees als met alpacavlees gemaakt wordt. Alpaca's zijn een soort lama's die in Peru zowel voor hun wol als voor hun vlees gebruikt worden. Het smaakt naar iets tussen rundsvlees en hert, echt lekker! Aardappelen eten ze in Peru eerder als groenten dan als bijgerecht, vandaar dat ze meestal aardappelen en rijs serveren bij hun gerechten. Een recept voor lomo saltado heb ik gevonden op de website van Lekker Hapje.
Voor 2 personen:
twee kogelbiefstuks
twee teentjes knoflook, geperst
twee eetlepels sojasaus
twee eetlepes rode wijnazijn
peper
komijn
eventueel een half blokje rundsbouillon
handje verse peterselie
twee vleestomaten, in partjes
een rode ui, in dunne ringen
100 gram ovenfriet
olijfolie
Snijd het vlees in repen van ongeveer 2 centimeter dik.
Maak een marinade van de knoflook, de sojasaus, de rode wijnazijn, een snufje peper en een snufje komijn.
Laat het vlees ongeveer een uur marineren.
Bak de frietjes in de oven terwijl je het vlees verder bereidt.
Verhit een laagje olijfolie in een braadpan.
Bak hierin het vlees met de marinade.
Voor extra smaak kan je de helft van een blokje runderbouillon met een halve glas water bij het vlees te gooien.
Voeg na zo’n vijf minuten, voordat het vlees helemaal gaar is, de rode ui toe.
Bak dit weer een paar minuten en voeg dan de tomaat toe.
Blijf nu bakken tot het punt dat de tomaten uit elkaar beginnen te vallen.
Schep het vlees en de sappen uit de pan over in een kom of groot bord.
Haal de afgebakken friet uit de oven, strooi indien nodig wat zout er over, en roer dit door het vlees.
Snipper de peterselie en strooi dit ook over het vlees.
Serveer de lomo met witte rijst.

De nationale alchoholische drank van Peru is Pisco, een witte alcohol gemaakt van druiven. Mijn favoriete manier om Pisco te drinken is als hun befaamde Pisco Sour, een cocktail op basis van Pisco, citroensap, suiker en eiwit. Ook hiervan vond ik een receptje op Lekker Hapje.
Voor 2 glazen
1 cup pisco
sap van 6 limoenen
2-3 eetlepels suiker
10 – 15 ijsblokjes
eiwit van 1 ei
snufje kaneel
Doe het limoensap samen met de pisco, het eiwit en het ijs in de blender.
Voeg niet meteen alle suiker toe, begin eerst met twee eetlepels.
Blend alles tot het eiwit er voor zorgt dat je een schuimig drankje hebt.
Proef en voeg nog een lepeltje suiker toe als het te zuur is.
Verdeel de drank over de glazen en strooi er een klein beetje kaneelpoeder overheen.
Naast hun nationale cocktail kan je er ook erg lekkere zelfgemaakte limonade drinken of proeven van chicha, een soort bier gemaakt van maïs. Het populairste drankje in Peru is echter Inca Kola, hun eigen fluogele cola die tegenwoordig jammergenoeg ook opgekocht is door de gigant Coca Cola.

Ook culinair is Peru de moeite waard. Ze hechten veel belang aan hun gastronomische cultuur en doen overal hun best om hun nationale gerechten zo goed mogelijk te bereiden. De topper van de Peruviaanse keuken vind ik de overheerlijke ceviche. Een gerecht op basis van rauwe vis gemarineerd in limoensap. Een gerecht dat ik zeker nog zal maken thuis! Traditioneel wordt het zoals op de foto geserveerd met zoete aardappelen en maïs, maar die zou ik zelf achterwege laten. Op de kookles van KokkerEllen hebben we eens onderstaande versie van ceviche gemaakt, werkelijk hemels!
Voor 6 personen als voorgerecht:
500 g zeeduivel
sap van 3 limoenen
1 rode chilipeper, ontpit en in dunne schijfjes
1 kleine rode ui, in dunne plakjes
1 doosje kerstomaten, gehalveerd
3 el olijfolie
2 el gehakte koriander
1 grote rijpe avocado
Snijd de zeeduivel in zo dun mogelijke plakjes en leg ze in een ondiepe schaal.
Giet het limoensap erover en zorg ervoor dat alle plakjes bedekt zijn.
Dek af met plasticfolie en zet 40 minuten in de koelkast zodat de vis kan garen door het zuur van de limoenen.
Haal de zeeduivel vlak voor het serveren uit het limoensap en doe de vis samen met de chilipeper, ui, tomaatjes, olijfolie, het grootste deel van de koriander en een beetje zout naar smaak in een kom.
Hussel alles goed door elkaar.
Snij de avocado doormidden en verwijder de pit.
Snij de helften in de schil in dunne plakjes en haal met een lepel de plakjes voorzichtig uit de schil.
Leg 3 ā 4 plakjes avocado waaiervormig aan de ene kant van een bord en schep een bergje ceviche aan de andere kant.
Bestrooi met de rest van de gehakte koriander en serveer meteen.

Naast van ceviche hebben we ook enkele keren genoten van lomo saltado. Dit is een vleesgerecht dat zowel met rundsvlees als met alpacavlees gemaakt wordt. Alpaca's zijn een soort lama's die in Peru zowel voor hun wol als voor hun vlees gebruikt worden. Het smaakt naar iets tussen rundsvlees en hert, echt lekker! Aardappelen eten ze in Peru eerder als groenten dan als bijgerecht, vandaar dat ze meestal aardappelen en rijs serveren bij hun gerechten. Een recept voor lomo saltado heb ik gevonden op de website van Lekker Hapje.
Voor 2 personen:
twee kogelbiefstuks
twee teentjes knoflook, geperst
twee eetlepels sojasaus
twee eetlepes rode wijnazijn
peper
komijn
eventueel een half blokje rundsbouillon
handje verse peterselie
twee vleestomaten, in partjes
een rode ui, in dunne ringen
100 gram ovenfriet
olijfolie
Snijd het vlees in repen van ongeveer 2 centimeter dik.
Maak een marinade van de knoflook, de sojasaus, de rode wijnazijn, een snufje peper en een snufje komijn.
Laat het vlees ongeveer een uur marineren.
Bak de frietjes in de oven terwijl je het vlees verder bereidt.
Verhit een laagje olijfolie in een braadpan.
Bak hierin het vlees met de marinade.
Voor extra smaak kan je de helft van een blokje runderbouillon met een halve glas water bij het vlees te gooien.
Voeg na zo’n vijf minuten, voordat het vlees helemaal gaar is, de rode ui toe.
Bak dit weer een paar minuten en voeg dan de tomaat toe.
Blijf nu bakken tot het punt dat de tomaten uit elkaar beginnen te vallen.
Schep het vlees en de sappen uit de pan over in een kom of groot bord.
Haal de afgebakken friet uit de oven, strooi indien nodig wat zout er over, en roer dit door het vlees.
Snipper de peterselie en strooi dit ook over het vlees.
Serveer de lomo met witte rijst.

De nationale alchoholische drank van Peru is Pisco, een witte alcohol gemaakt van druiven. Mijn favoriete manier om Pisco te drinken is als hun befaamde Pisco Sour, een cocktail op basis van Pisco, citroensap, suiker en eiwit. Ook hiervan vond ik een receptje op Lekker Hapje.
Voor 2 glazen
1 cup pisco
sap van 6 limoenen
2-3 eetlepels suiker
10 – 15 ijsblokjes
eiwit van 1 ei
snufje kaneel
Doe het limoensap samen met de pisco, het eiwit en het ijs in de blender.
Voeg niet meteen alle suiker toe, begin eerst met twee eetlepels.
Blend alles tot het eiwit er voor zorgt dat je een schuimig drankje hebt.
Proef en voeg nog een lepeltje suiker toe als het te zuur is.
Verdeel de drank over de glazen en strooi er een klein beetje kaneelpoeder overheen.
Naast hun nationale cocktail kan je er ook erg lekkere zelfgemaakte limonade drinken of proeven van chicha, een soort bier gemaakt van maïs. Het populairste drankje in Peru is echter Inca Kola, hun eigen fluogele cola die tegenwoordig jammergenoeg ook opgekocht is door de gigant Coca Cola.
Abonneren op:
Berichten (Atom)